Wat moet ik weten? Voor artsen

In het kort:

Bij CAP-START worden alle patiënten met een Community-Acquired Pneumonie (CAP), die op de verpleegafdeling opgenomen worden, empirisch behandeld volgens een voorkeurs antibiotica regime. We vergelijken 3 strategieën: beta-lactam monotherapie, fluorchinolon monotherapie en beta-lactam + macrolide. Elke strategie geldt 4 maanden lang als voorkeurs regime in een ziekenhuis. In welke arm uw ziekenhuis zit, kunt u snel vinden via www.cap-studies.nl/schema.

Welke patiënten?

Alle patiënten met CAP die de eerste 24 uur op de verpleegafdeling behandeld worden, komen in aanmerking voor CAP-START. Patiënten met cystic fibrosis komen niet in aanmerking voor de studie.

Welk antibioticum?

Elke 4 maanden geldt dus een middel uit één van deze drie groepen: beta-lactam monotherapie, fluorquinolon monotherapie of beta-lactam + macrolide. Zie www.cap-studies.nl/schema voor een overzicht per ziekenhuis.Voor beta-lactams kunnen geen carbapenems gebruikt worden en voor fluoroquinolones enkel levofloxacine of moxifloxacine. Voor macrolides zijn er geen beperkingen.

Als ik een ander middel wil voorschrijven?

Is er een reden om een ander antibioticum voor te schrijven, wilt u dit dan noteren in het patiëntendossier? Voorbeelden van redenen om af te wijken zijn allergie of een contra-indicatie voor de middelen uit de betreffende periode, een bekende verwekker of een sterke klinische verdenking op een bepaalde verwekker.

Wie moet ik informeren?

In elk ziekenhuis zorgt een team van research nurses dat alle patiënten die via de SEH worden opgenomen gescreend worden. Daarnaast zijn er in elk ziekenhuis andere werkafspraken gemaakt ten aanzien van het includeren van patienten. Als deze afspraken niet duidelijk zijn, kunt u contact met ons opnemen via  www.cap-studies.nl/contact. Wij voorzien u dan van de contactgegevens van de research nurses bij u in het ziekenhuis.